283933088

Onderwijsinstellingen halen alles uit de kast, want over twee weken moeten de inschrijvingen voor komend studiejaar binnen zijn. Met glanzende brochures en open dagen hopen zij de laatste enthousiastelingen over de streep te trekken. Welke rol spelen arbeidsmarktperspectieven in de studiekeuze en hoe eerlijk is de voorlichting daarover?

Vorig jaar besteedde televisieprogramma De Monitor aandacht aan de arbeidskansen van hoger opgeleiden die populaire studies volgen. Voor studies als psychologie (wo, vorig jaar 1446 nieuwe eerstejaars), journalistiek (hbo, in 2015 628 nieuwe studenten) en communicatie (hbo, in 2015 1722 nieuwe studenten) geldt dat het aanbod van studenten niet aansluit op de vraag vanuit de markt. Er is te veel aanbod; berekeningen waaruit blijkt dat veel afgestudeerden snel een baan vinden, blijken niet te kloppen en heel veel afgestudeerden krijgen een baan die onder hun niveau ligt. ‘Diploma-inflatie’, noemt arbeidssocioloog Fabian Dekker dat in de uitzending: ‘Dertig, veertig jaar geleden ging je met tien anderen voor de deur staan van de potentiële werkgever. Nu sta je met hetzelfde papiertje voor dezelfde deur, alleen dan met duizend anderen. Steeds meer mensen moeten daardoor werk aannemen dat onder hun niveau is.’

Steenkamp: ‘De reactie op dat televisieprogramma was dubbel: er werd geschrokken over gepraat, maar betrokkenen kregen ook de neiging verstoppertje te spelen: de buitenwereld doet stom. Terwijl er wel degelijk een probleem is. Er is sindsdien nog weinig concreet veranderd.’ Volgens Steenkamp gaat het overigens niet alleen om de grote studies. Ook de voorlichting van kleine stu- dies met slechte baanperspectieven, zoals culturele & maatschappelijke vorming (hbo) of taal- en literatuurwetenschap (wo), moet kritisch tegen het licht worden gehouden.

Op zoek naar een baan

Waar wél banenkansen liggen, dat zie je op De Nationale Carrièrebeurs. Hier gaan jaarlijks honderden werkgevers en recruiters op zoek naar talent. Op een doordeweekse ochtend in maart is het zover; de RAI in Amsterdam loopt vol met studenten en starters. Buiten, op de parkeerplaats, stappen vier meiden uit een bus. Het weer is guur maar hun jassen hangen open. Ze spoeden zich naar hal 2.

De studievriendinnen komen uit Eindhoven, waar ze toegepaste psychologie studeren aan de Fontys Hogescholen. Ze zijn op zoek naar een stageplaats, en dat is knap lastig. In de Keuzegids hbo 2017 staat over de arbeidsmarktkansen van deze studie geschreven: ‘Je kunt er veel kanten mee op (…) alleen kom je op al die terreinen ook specialistisch opgeleide types tegen, met vaak meer bevoegdheden. (…) Het is moeilijk om betaald werk te vinden. Veel afgestudeerden besluiten dan ook door te studeren.’
Wat de meiden later willen worden? Er wordt peinzend omhooggekeken en gefronst: ‘Echt nog geen idee’, zegt de een. ‘Iets met jongeren op een middelbare school’, zegt een ander. Ze giechelt erachteraan: ‘Ik vond dat zo’n leuke tijd, daar wil ik naar terug!’

Binnen slenteren de jonge werkzoekenden, soms in mantelpak, soms in hippe gescheurde spijkerbroek, langs de ruim honderd stands. Hier kunnen zij kennismaken met recruiters en bedrijven, die pennen, stickers en verse stroopwafels uitdelen. Bordjes boven straten vol stands geven aan welk personeel wordt gezocht: hbo-t, wo-t, hbo-j, techniek studenten en juristen zijn gewild. ‘In traineeships maakt de opleiding niet zoveel uit’, zegt een recruiter van ManpowerGroup. Ze zoekt mensen voor verschillende IT-functies. ‘Maar als het om echte vacatures gaat, is het wel belangrijk dat je een IT-achtige studie hebt gedaan. Bedrijfskunde bijvoorbeeld is voor de functies die ik wil vervullen te algemeen. Ik zoek degenen die technische bedrijfskunde hebben gestudeerd.’

Verderop wordt de cv-bullshitbingo gespeeld, georganiseerd door detachering bureau Maandag. Op de bingo formuliertjes zijn cijfers vervangen door termen die volgens de recruiters niet geschikt zijn om op je cv te zetten. Ambitieus, enthousiast, teamplayer. ‘Bingo!’ roept een jongen. ‘Gefeliciteerd!’ Thérèse Boon reikt hem de prijs uit, een Dopper-waterfles. Boon is ICT- en informatiemanagement-recruiter bij Maandag en heeft in het verleden ook voor andere sectoren geworven. ‘De meeste studies bieden goede kansen’, zegt ze. ‘Maar er zijn probleemstudies. Psychologie bijvoorbeeld. Alwéér een basispsycholoog, denk ik soms. Natuurlijk zijn er ook voor hen kansen en ik wil graag met ze praten want het is onze uitdaging om ze aan een mooie functie te koppelen. Maar zonder GGZ-vervolgopleiding is het lastig en soms jammer. Die mensen denken toch: ik heb een masterdiploma op zak.’

Concurrentie

Kristel Versluis, marketingmanager bij Memory Group, organiseert dit jaar al voor de zesde keer de Carrièrebeurs en staat druk te bellen bij de garderobe. ‘Het zijn vooral werkgevers in de techniek en de IT-sector die hier staan’, vertelt ze als ze heeft opgehangen. ‘En je merkt dat de economie aantrekt, want er staan voor het eerst sinds jaren weer een paar gemeenten op de beurs om personeel te werven.’ Op de Carrièrebeurs worden workshops en lezingen gehouden door vertegenwoordigers uit alle branches, maar aan de stands kun je zien waar de vraag naar nieuw personeel het grootst is. Versluis: ‘Je ziet ook veel marketing en sales bijvoorbeeld.’ Een sector die niet vertegenwoordigd is, is de zorg: ‘Vroeger hadden we een speciale Zorg & Welzijnsbeurs, maar door de bezuinigingen werd er veel personeel geschrapt en ging die niet meer door’, zegt Versluis. Dat kan volgend jaar weer helemaal anders zijn, dus ze noemt graag nog even een andere trend die ze signaleert en die helemaal losstaat van de studie. ‘Ik merk dat het steeds belangrijker is wat je náást je studie hebt gedaan’, zegt ze. ‘Je moet je differentiëren met nevenactiviteiten. Organisatie ervaring opdoen met vrijwilligerswerk bijvoorbeeld, of een bestuursfunctie bij een studentenvereniging. Door je op die manier van de reguliere student te onderscheiden, kun je de concurrentie later beter aan.’

Hulp bij het keuzeproces

Hoe kies je de juiste studie?

Kwaliteiten

Start de zoektocht bij jezelf. Onderzoek wie je bent, wat je wilt en kunt.
Wat zijn je interesses, kwaliteiten en leer voorkeuren? Als je dit scherp hebt, kun je passende studies gaan selecteren.

Netwerk

Onderzoek behalve de studie ook het bijbehorende werkveld. Daarvoor kun je je eigen netwerk en dat van je ouders inzetten. Ga in gesprek met professionals over hun werk, organisatie, drijfveren en ervaringen. Zorg dat je een realistisch beeld krijgt van de arbeidsmarkt.

Matchen

Onderzoek of de studies en het bijbehorende werkveld matchen met jouw antwoorden op de vragen ‘wie ben ik’, ‘wat kan ik’ en ‘wat wil ik’. Zo vind je een studie die écht bij je past. Nu en later.

 

bron: 08-04-2017 © Het Financiële Dagblad